Zoals ik eerder al deelde, doe ik met veel vreugde mee aan de bookclub Reisgenoten. Samen lezen we, delen we en laten we ons raken. In het boek dat we nu lezen speelt het labyrint van Chartres een bijzondere rol. De hoofdpersonen lopen het labyrint en ontdekken onderweg een Bijbelse les die hun relatie met God verdiept. Dat beeld bleef bij mij hangen als een zacht fluisterende uitnodiging.
Dicht bij ons in de buurt staat een klooster met een labyrint van Chartres in de kloostertuin. Het voelde bijna vanzelfsprekend om dit samen te willen lopen, net als in het boek. Een wandeling die geen haast kent, maar aandacht vraagt. Terwijl je naar het centrum loopt, mag je opmerken wat je belemmert, waar je angsten zich verschuilen en waar je liefde naartoe stroomt. Je mag jezelf de vraag stellen of dat in harmonie is met je vriendschap met God.
In het midden van het labyrint wacht rust. Een stille ruimte waarin je Zijn aanwezigheid mag ervaren met een open hart. Je kunt daar blijven zolang je wilt. Misschien komt er een tekst in je op, een lied, een gedachte die zich voorzichtig aandient. En wanneer het moment daar is, wandel je weer naar buiten, niet leeg maar gevuld. Met nieuwe kracht, gedragen door de heilige Geest en Gods nabijheid, neem je de weg weer mee het leven in.
Ons labyrint in Zenderen
In Zenderen in het Patersbos is een stiltetuin met Bijbelse planten en daarbinnen is het labyrint voor mensen die rust en bezinning zoeken. Deze is trouwens vrij te bereiken en toegankelijk voor iedereen die het labyrint wil lopen.
Met ons clubje gingen we het bos in, weg van de drukte, alsof we bewust ruimte maakten om God te ontmoeten. Tussen de bomen verscheen een open plek, bereikbaar via een klein hekje. Het voelde als een drempelmoment, een overgang van het alledaagse naar de stilte. In het midden lag een labyrint op de grond, gevormd door stenen en zand, eenvoudig van vorm maar rijk aan betekenis.
Eerlijk gezegd had ik iets anders verwacht. In mijn gedachten zag ik een echt doolhof, met hoge groene hagen waarin je kon verdwalen, zoals in het verhaal van alice in wonderland.. Even moest ik schakelen. Dit labyrint was kleiner, overzichtelijk. Het pad lag open en zichtbaar, zonder onzekerheid over waar het zou eindigen.
Maar juist dat maakte duidelijk waar het hier om ging. Dit labyrint was geen puzzel om op te lossen en geen zoektocht naar een uitgang. Het was een gebedspad. Een uitnodiging om stap voor stap alles los te laten en mijn weg in vertrouwen te gaan, wetend dat God het begin en het einde kent. Iedere stap werd een gebed, een moment om zorgen, vragen en lasten bij Hem neer te leggen. Het pad leidde niet naar verdwaling, maar naar het midden, naar stilte, naar overgave. En daar, in die eenvoud, mocht ik ervaren dat God al aanwezig was, nog vóórdat ik Hem zocht.
Mijn pad
Een voor een stapten we het labyrint binnen, met een lichte aarzeling in onze pas. Alsof mijn voeten nog niet wisten wat mijn hart hier kwam zoeken. Maar terwijl ik verder liep, verzachtte iets in mij. De spanning gleed langzaam van me af. Ik liet los wat me vasthield en voelde helder wat mijn verlangen was: rust.
Al lange tijd leefde ik met onrust in mijn lijf en hoofd. Vermoeidheid die bleef hangen, nachten die geen echte nachten waren, gedachten die maar bleven rondcirkelen. Ik had hulp gezocht, gesprekken gevoerd, woorden gegeven aan wat zo zwaar voelde. En toch liep het met me mee, dag na dag.
In het labyrint bewogen ook andere vrouwen. Ieder op haar eigen manier, in haar eigen tempo. Sommigen stonden stil in gebed, anderen luisterden naar muziek, weer anderen schreven woorden neer alsof ze iets wilden toevertrouwen aan het papier. Het voelde als een stille gemeenschap, zonder uitleg, zonder oordeel.
Langs mijn pad zag ik een vlinderstruik staan. Alleen, in een hoekje. Dor, bruin, uitgeput. Mijn hart maakte een sprongetje van herkenning. Dit ben ik, dacht ik. Zo voel ik me. Leeggebloeid. Alleen. Alsof mijn kleur me even had verlaten.
Met dat beeld liep ik verder, tot in het midden van het labyrint. En daar, in die stilte, kwamen de woorden vanzelf. Niet hard, maar zeker:
Dit is jouw seizoen. En het is goed.
Het was alsof iets zwaars van me afgleed. Geen oplossing, geen belofte van snelle verandering. Alleen toestemming. Om te zijn waar ik ben. Om dit seizoen niet langer te bevechten, maar te aanvaarden.
Toen ik naar buiten liep, voelde ik ruimte. Ik hoef nu nog niet te bloeien. Dit moment mag er zijn. De wortels doen hun stille werk, ook als het aan de buitenkant kaal lijkt. En diep vanbinnen weet ik: er komt een tijd dat ik weer uitloop. Op mijn moment. In mijn tempo.



Hoe verder?
Bij het klooster wachtte een bijzonder theehuis, De Karmeliet. Met een kop dampende thee en scones voor ons deelden we onze ervaringen. De tijd leek even stil te staan. Het was een ochtend die zich diep in mij nestelde. Vanuit die rust mocht ik verdergaan.
En toen, een tijdje later, tijdens mijn werk, kwam de val. Ik gleed van de trap en brak mijn stuit. Abrupt werd ik stilgezet. Het genezingsproces zou acht tot twaalf weken duren, gevolgd door revalidatie. De eerste weken waren rauw van pijn. Mijn agenda, ooit vol, was ineens leeg. Rust werd geen keuze meer, maar een opdracht.
Ik voelde me leeg en dor, en toch niet alleen. Er kwamen bezoekjes, berichtjes, kleine tekenen van nabijheid van lieve mensen. Terwijl mijn lichaam moest wachten, ging mijn geest aan het werk. Ik las, luisterde naar muziek die mijn hart raakte, dacht na over het leven en schreef. In die stilte ontdekte ik iets onverwachts: God was dichterbij dan ooit, en is dat nog steeds.